
Tussen boulderblok en ijswaterval
Bij klimmers is de omgeving van Meran vooral bekend om de
boulderspots die het hele jaar beklommen kunnen worden. De bekendste liggen in de plaatsen
Algund en
Schenna. In de regio vindt u ook talrijke ijswatervallen van verschillende moeilijkheidsgraden, zodat beide klimvormen op één dag kunnen worden gecombineerd.
De grootste dichtheid van
watervallen is te vinden in het
Schnalstal en achter in het
Passeiertal. De lengte van de tochten ligt tussen twee en zes touwlengtes. De aanreis is in de meeste gevallen minder dan een half uur. Een breed spectrum aan moeilijkheidsgraden tussen WI 3 en WI 6 en mixed tours tot M5 spreken zowal beginners als geroutineerde klimmers aan. Het zekeren gebeurt middels ijsschroeven en er zijn afdalingmogelijkheden te voet. De beste periode voor ijsklimmers in de
vakantieregio Meraner Land is december tot maart.
Een speciale tip is de
Partschinser waterval boven de plaats
Partschin in de buurt van Meran. Met 90 meter is de waterval een van de hoogste van de Alpen en een fantastische toch in de categorie WI 4. De klimtoren
Rabenstein in Passeiertal mag u niet missen. Die is zo groot dat er elf klimmers tegelijk kunnen klimmen. Twee keer per week wordt hier ’s avonds getraind met
floodlight en heavy rockmuziek.
Handige links voor ijsklimmers:
IJsklimtoren in Rabenstein